1. Cloud of on-premise?
Cloud betekent dat je in de browser werkt zonder installatie. On-premise draait op je
eigen servers, waar je kantoor zelf de updates en back-ups beheert. Voor de meeste
kleine en middelgrote kantoren is cloud praktischer: geen installateur, geen versienummer
om bij te houden, geen licentieserver die offline gaat na een verkeerde update.
De keuze is geen vrijbrief. Vraag of het pakket in een gewone browser draait zonder
plug-ins, en wie verantwoordelijk is voor de updates. Een uitgebreidere afweging staat op
fiscale software in de cloud.
2. Staat de klantdata in de EU? (AVG en dataresidentie)
"In de cloud" zegt niets over waar de data staat. Het is een architectuur, geen
locatiebelofte. Een tool kan volledig browsergebaseerd zijn en je klantdata toch via
servers buiten de EU laten lopen. Voor een administratiekantoor is dat relevant: je werkt
met BSN's, salarisgegevens en bedrijfsgegevens van klanten.
Vraag per leverancier drie dingen: in welke regio de hosting staat, waar eventuele
AI-inferentie draait, en wie de subverwerkers zijn. Leg dat vast in een
verwerkersovereenkomst (artikel 28 AVG). Bovenop de AVG geldt voor adviseurs vaak een
beroepsmatige of contractuele geheimhouding. Meer hierover op
hoe we met data omgaan.
3. Welke aangiftesoorten dekt het pakket?
Een brede aangifte suite dekt doorgaans de hoofdmoot: omzetbelasting (BTW),
inkomstenbelasting (IB), vennootschapsbelasting (VPB), loonheffingen en vaak ook
dividendbelasting, met de bijbehorende rapportages. Loop na welke soorten je echt
nodig hebt en hoe vaak je ze indient.
Let op de randen. Specifieke verzoeken en analyses zitten vaak niet of slecht in een
suite: de 30%-regeling aanvraag met begeleidende brief, het verzoek fiscale eenheid VPB,
of een ATAD2 hybrid-mismatch analyse. Daar vul je een suite aan met een smalle tool. De
drie typen software staan naast elkaar in de
uitleg over aangiftesoftware en de
vergelijking per type.
4. Koppeling met je boekhouding en met RGS
De stap die het meeste handwerk kost is het grootboek omzetten naar de aangifte. Vraag of
het pakket je boekhoudgegevens inleest en of het werkt met het Referentie Grootboekschema
(RGS). RGS is de gestandaardiseerde rekeningindeling waarmee een proefbalans of
jaarrekening naar een aangiftebestand vertaalt.
Concreet: kan het pakket een RGS-brugstaat importeren of exporteren, en in welk formaat?
Nextens leest een .rgs-bestand in, AFAS een
.xml-bestand. Een pakket dat hier niet op aansluit, dwingt
je om cijfers over te typen, met de fouten die daarbij horen.
5. Automatisering en AI-toevoegingen
Steeds meer pakketten bieden AI-functies aan. De vraag is niet of er AI in zit, maar wat
die precies doet. Een model dat een rommelige upload leest zodat je niets overtypt, is
nuttig. Een model dat zelf de cijfers of de fiscale kwalificatie bepaalt, is een risico:
de uitkomst is dan niet deterministisch en moeilijk te controleren.
Vraag dus: bepaalt de AI de bedragen, of leest die alleen mee? En waar draait de
inferentie? Voor het rekenwerk wil je vaste regels die elke keer dezelfde uitkomst geven,
niet een generatief antwoord dat morgen anders kan zijn.
6. Prijs per aangifte of vaste licentie?
Twee prijsmodellen zijn gangbaar: een vaste licentie (per gebruiker of per kantoor, vaak
per jaar) of betalen per aangifte. Voor de volle breedte met een hoog volume loont een
vaste licentie meestal. Voor procedures die je maar een paar keer per maand uitvoert, is
betalen per stuk vaak goedkoper en eenvoudiger te beheren.
Reken het door op je werkelijke aantal aangiften per soort. Een vaste licentie voor een
procedure die je acht keer per jaar doet, is zelden de goedkoopste keuze.
7. Beveiliging en continuïteit
Vraag naar versleuteling van data onderweg en in opslag, naar het back-upbeleid, en naar
de bewaartermijn van je documenten. Net zo belangrijk: wat gebeurt er als de leverancier
stopt? Kun je je gegevens exporteren, en in welk formaat?
Een tool die klantdata niet langer bewaart dan nodig, beperkt je risico. Bij Lowkey
worden uploads in het werkgeheugen verwerkt en daarna weggegooid; er blijft een
factuurregel staan, nooit de inhoud van de documenten.