Btw

Kleineondernemersregeling (KOR)

Bijgewerkt op 3 augustus 2026

De kleineondernemersregeling (KOR) is een facultatieve vrijstelling van omzetbelasting voor ondernemers wier omzet onder een wettelijke grens blijft. De regeling is bedoeld om ondernemers met een beperkte omzet te ontzien van de administratieve last die bij normaal btw-ondernemerschap hoort, bijvoorbeeld zelfstandigen, verhuurders van kleinschalig vastgoed of ondernemers met een nevenactiviteit naast loondienst. Wie voor de KOR kiest, brengt geen omzetbelasting in rekening aan zijn afnemers en ziet de administratieve verplichtingen die normaal bij btw-ondernemerschap horen sterk vereenvoudigd, maar verliest in ruil daarvoor het recht op aftrek van voorbelasting; bij de overstap naar de vrijstelling kan eerder afgetrokken voorbelasting op nog niet volledig afgeschreven bedrijfsmiddelen moeten worden herzien. De regeling kent twee varianten: de reguliere KOR, waarvoor de ondernemer zich actief aanmeldt bij de inspecteur (art. 25a Wet OB 1968), en een tweede, kleinere vrijstelling voor ondernemers die nooit voor de omzetbelasting zijn geregistreerd en zonder melding buiten het btw-stelsel blijven (art. 25b Wet OB 1968). Per 1 januari 2025 is de regeling uitgebreid met de EU-KOR, waarmee de vrijstelling ook grensoverschrijdend kan worden toegepast, en is de uitsluitingsperiode na vrijwillige beëindiging verkort.

Dit thema beantwoordt:

  • Wanneer bedraagt de jaaromzet niet meer dan de grens van art. 25a Wet OB 1968, en welke leveringen tellen daarbij niet mee?
  • Wat is het verschil tussen de reguliere KOR en de vrijstelling zonder melding van art. 25b?
  • Wat zijn de gevolgen van toepassing voor facturering en aftrek van voorbelasting?
  • Hoe verlopen aanmelding, wijziging en beëindiging, en wat gebeurt er bij overschrijding van de grens tijdens het jaar?
  • Hoe werkt de EU-KOR voor grensoverschrijdende toepassing van de vrijstelling?

Jaaromzet: reikwijdte en uitzonderingen

Art. 25 lid 1 Wet OB 1968 definieert de jaaromzet in Nederland als het totaal van de vergoedingen voor leveringen en diensten die een ondernemer gedurende een kalenderjaar binnen Nederland verricht. Daaronder vallen niet alleen normaal belaste leveringen, maar onder meer ook bepaalde vrijgestelde prestaties: bepaalde vrijstellingen van art. 11 lid 1 onderdelen a, b, i en j, verzekerings- en herverzekeringsdiensten tenzij samenhangend met andere handelingen, leveringen met teruggaaf of ontheffing op grond van art. 24, en leveringen met vrijstelling op grond van art. 39 AWR (art. 25 lid 1 onderdeel a Wet OB 1968). De jaaromzet in de Unie is de jaaromzet in Nederland, vermeerderd met de vergoedingen voor vergelijkbare leveringen in andere EU-lidstaten, gemeten naar de definitie van art. 288 van de BTW-richtlijn 2006 (art. 25 lid 1 onderdeel b Wet OB 1968); dit begrip is nodig omdat de EU-KOR de vrijstelling ook voor buitenlandse omzet openstelt. Buiten de teller blijft alleen de vergoeding voor de verkoop van bedrijfsmatig gebruikte onroerende zaken en van roerende zaken waarop voor de inkomsten- of vennootschapsbelasting wordt, of zou kunnen worden, afgeschreven (art. 25 lid 2 Wet OB 1968); zonder die uitzondering zou de verkoop van een bedrijfspand of machine een structureel klein blijvende ondernemer in één klap uit de vrijstelling kunnen drukken.

Voor de jaaromzettoets tellen alle bedrijfsactiviteiten van een ondernemer tezamen; splitsing naar afzonderlijke ondernemingen om de regeling selectief toe te passen is niet toegestaan (ECLI:NL:HR:2023:101).

Wie kan kiezen: drempels en varianten

Art. 25a is het meest uitgebreide artikel van de afdeling en bouwt de reguliere KOR systematisch op: de omzetgrenzen (lid 1 en 2), de uitzonderingen daarop (lid 3), het kerngevolg van de keuze (lid 4), de ingangsmomenten voor de Nederlandse en de buitenlandse ondernemer (lid 5 en 6), de vrijwillige beëindiging met uitsluitingsperiode (lid 7 en 8) en ten slotte de gevolgen van een feitelijke overschrijding los van een bewuste keuze (lid 9).

Een in Nederland gevestigde ondernemer kan de vrijstelling toepassen als zijn jaaromzet in Nederland niet meer dan € 20.000 bedraagt (art. 25a lid 1 Wet OB 1968). Een ondernemer die elders in de Unie is gevestigd, niet in Nederland, kan de vrijstelling in Nederland toepassen als zijn jaaromzet in de Unie niet meer dan € 100.000 bedraagt: dit is de EU-KOR-variant voor buitenlandse ondernemers (art. 25a lid 2 Wet OB 1968).

Daarnaast bestaat een tweede, kleinere vrijstelling zonder melding voor ondernemers die zich nooit voor de omzetbelasting hebben aangemeld bij de inspecteur of de Kamer van Koophandel, wier jaaromzet niet meer bedraagt dan een bij ministeriële regeling vast te stellen, lager bedrag, en die de EU-KOR niet elders toepassen (art. 25b lid 1 Wet OB 1968); dat bedrag zelf staat niet in de wet maar wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.

Kerncijfers

ElementWaardeGrondslag
Jaaromzet in Nederland (drempel reguliere KOR)€ 20.000art. 25a lid 1 Wet OB 1968
Jaaromzet in de Unie (drempel EU-KOR voor niet in Nederland gevestigde ondernemer)€ 100.000 (sinds 1 januari 2025)art. 25a lid 2 Wet OB 1968
Ingangstermijn na melding (in Nederland gevestigde ondernemer)eerstvolgende belastingtijdvak, ten minste 4 weken na ontvangst meldingart. 25a lid 5 Wet OB 1968
Uitsluitingsperiode na vrijwillige beëindigingrest van het beëindigingsjaar plus het daaropvolgende kalenderjaar (verkort sinds 1 januari 2025)art. 25a lid 7 en lid 8 Wet OB 1968
Termijn toekenning EX-nummer (EU-KOR-aanmelding)35 werkdagen na ontvangst kennisgevingart. 25c lid 5 Wet OB 1968
Meldingstermijn bij overschrijding van de Unie-omzetgrensbinnen 15 werkdagenart. 25e lid 3 Wet OB 1968

(wettekst geldend per 2026)

Gevolgen van toepassing

Wie de vrijstelling toepast, brengt geen omzetbelasting in rekening en mag op de factuur op geen enkele wijze melding maken van omzetbelasting, maar heeft in ruil daarvoor geen recht op aftrek van voorbelasting (art. 25a lid 4 Wet OB 1968). De vrijstelling dekt niet alle omzet: zij geldt niet voor de levering van nieuwe vervoermiddelen die naar een andere lidstaat worden vervoerd, en niet voor onroerende zaken en daaraan verbonden rechten die de ondernemer in zijn bedrijf heeft gebruikt (art. 25a lid 3 Wet OB 1968); over dergelijke leveringen blijft dus gewoon omzetbelasting verschuldigd. Deze twee categorieën liggen op een andere plek in het systeem dan de bedrijfsmiddelen-uitzondering bij de jaaromzet zelf (art. 25 lid 2): de ene bepaalt wat meetelt voor de grens, de andere wat de vrijstelling zelf niet dekt.

Voor de vrijstelling zonder melding geldt bovendien een ontheffing van specifieke administratieve verplichtingen: de artikelen 34, 34c tot en met 35b en 37a Wet OB 1968, onder meer facturerings- en administratieplichten, zijn dan niet van toepassing (art. 25b lid 2 Wet OB 1968). Deze ontheffing geldt echter niet voor bepaalde leveringen aan de ondernemer zelf, zoals genoemd in art. 12 lid 2, 3 en 5 en art. 17f Wet OB 1968 (art. 25b lid 3).

Blijkt achteraf dat niet aan de voorwaarden is voldaan, dan heeft een eenmaal toegepaste of teruggegeven vrijstelling geen definitieve status: op grond van de KOR teruggegeven omzetbelasting is dan terecht nageheven (ECLI:NL:GHAMS:2021:4316).

Aanmelden, wijzigen en afmelden

Een in Nederland gevestigde ondernemer meldt de keuze voor de vrijstelling bij de inspecteur, onder opgave van de jaaromzet in Nederland in het voorafgaande kalenderjaar en de jaaromzet tot aan het moment van de melding. De vrijstelling gaat in vanaf het eerstvolgende belastingtijdvak dat ten minste vier weken na ontvangst van de melding aanvangt; de inspecteur kan de toepassing bij voor bezwaar vatbare beschikking weigeren als aannemelijk is dat niet aan de voorwaarden zal worden voldaan (art. 25a lid 5 Wet OB 1968). Voor een ondernemer die in een andere EU-lidstaat is gevestigd en in Nederland de vrijstelling wil toepassen, gaat de vrijstelling in op de datum waarop die lidstaat een individueel identificatienummer aan de ondernemer toekent of, bij een wijziging, bevestigt (art. 25a lid 6 Wet OB 1968).

Wil een in Nederland gevestigde ondernemer de vrijstelling in een andere lidstaat toepassen, dan gaat daaraan een voorafgaande kennisgeving aan de inspecteur vooraf met naam, activiteit, rechtsvorm, adres, de beoogde lidstaten en de omzetcijfers per lidstaat (art. 25c lid 1 en art. 25d lid 1 Wet OB 1968); de inspecteur kent daarop binnen 35 werkdagen na ontvangst van de kennisgeving het EX-identificatienummer toe, tenzij de Unie-omzet de grens al overschrijdt of een lidstaat een drempeloverschrijding meldt (art. 25c lid 5 Wet OB 1968). Zolang deze EU-KOR-vrijstelling loopt, geldt een kwartaalrapportageplicht en moet een overschrijding van de Unie-omzetgrens binnen 15 werkdagen worden gemeld (art. 25e lid 2 en lid 3 Wet OB 1968); de rekenregels voor de vergoedingen, waaronder de omrekening naar euro's tegen de koers van de Europese Centrale Bank bij vreemde valuta, staan in art. 25f. De inspecteur kan het EX-nummer ambtshalve deactiveren: bij overschrijding van de Unie-grens, een melding van de andere lidstaat, een melding van bedrijfsbeëindiging, aannemelijke beëindiging van de werkzaamheden, of verplaatsing van de vestiging uit Nederland (art. 25g lid 1 Wet OB 1968).

Beëindiging gebeurt door wederopzegging bij de inspecteur; na een vrijwillige beëindiging kan pas opnieuw worden gekozen na afloop van het beëindigingsjaar én het daaropvolgende kalenderjaar (art. 25a lid 7 en lid 8 Wet OB 1968). Bij overschrijding van de omzetgrens tijdens het lopende jaar vervalt de vrijstelling niet met terugwerkende kracht, maar met onmiddellijke ingang: zij is niet langer van toepassing voor de levering waardoor de overschrijding ontstaat, voor de rest van het lopende jaar en voor het volledige daaropvolgende kalenderjaar (art. 25a lid 9 Wet OB 1968). Een driejaarstermijn binnen de kleineondernemersregeling is door de rechtbank getoetst aan het evenredigheidsbeginsel en aan art. 1 Eerste Protocol EVRM: de afwijzing van een teruggaaf van voorbelasting op grond van die termijn hield in die toetsing stand (ECLI:NL:RBZWB:2023:4984).

Aandachtspunten voor de praktijk

  • Alle bedrijfsactiviteiten van een ondernemer tellen samen mee voor de jaaromzettoets; splitsing naar afzonderlijke ondernemingen om de regeling selectief toe te passen is niet toegestaan (ECLI:NL:HR:2023:101).
  • De bedrijfsmiddelen-uitzondering bij de jaaromzet (art. 25 lid 2) en de leveringen die de vrijstelling zelf niet dekt (art. 25a lid 3) betreffen deels dezelfde categorie, onroerende zaken, maar werken op een ander punt in het systeem.
  • Het onderscheid tussen de reguliere KOR (met melding, art. 25a) en de vrijstelling zonder melding (art. 25b) wordt in de praktijk vaak over het hoofd gezien; de tweede variant kent een eigen, lager omzetplafond en een eigen set uitzonderingen op administratieve verplichtingen.
  • Het missen van de kwartaalrapportage of de meldingstermijn bij overschrijding in een EU-KOR-traject kan tot deactivering van het EX-nummer leiden (art. 25g).
  • Toepassing van de KOR moet doorlopend aan de voorwaarden blijven voldoen: ten onrechte teruggegeven omzetbelasting kan alsnog worden nageheven (ECLI:NL:GHAMS:2021:4316).

Recente ontwikkelingen

  • 2021: het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat op grond van de KOR teruggegeven omzetbelasting terecht is nageheven (ECLI:NL:GHAMS:2021:4316).
  • 2023: de Hoge Raad oordeelt dat voor de kleineondernemersregeling alle bedrijfsactiviteiten van een ondernemer tezamen in aanmerking worden genomen en dat splitsing naar afzonderlijke ondernemingen niet is toegestaan (ECLI:NL:HR:2023:101).
  • 2023: de rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat toepassing van de driejaarstermijn van de kleineondernemersregeling het evenredigheidsbeginsel niet schendt en dat art. 1 Eerste Protocol EVRM niet van toepassing is (ECLI:NL:RBZWB:2023:4984).
  • 2025: per 1 januari treedt de EU-KOR in werking (art. 25c tot en met 25g Wet OB 1968), wordt de minimale toepassingstermijn afgeschaft en de uitsluitingsperiode na vrijwillige beëindiging verkort (art. 25a lid 7 en lid 8 Wet OB 1968).
  • 2025: een beleidsbesluit actualiseert de samenloop van omzetbelasting en de KOR bij zonnepanelen naar aanleiding van deze wijzigingen (Besluit BWBR0050556).

Gerelateerde thema's

Kernartikelen

Belangrijkste rechtspraak

Beleid en standpunten

Meer in de kennisbank

Alle bronnen bij dit onderwerp in de kennisbank

Verwante thema's

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.