Formeel belastingrecht

ANBI-status

Bijgewerkt op 3 augustus 2026

De status van algemeen nut beogende instelling (ANBI) geeft een stichting, vereniging of vergelijkbaar lichaam toegang tot fiscale faciliteiten die samenhangen met het beogen van algemeen nut: giftenaftrek voor donateurs, vrijstellingen in de schenk- en erfbelasting voor de instelling zelf, en de mogelijkheid om commerciële activiteiten te ontplooien zonder de status te verliezen. De kern is een dubbele toets: de wet (art. 5b AWR) geeft de kwalificatiegronden en de procedure, een ministeriële regeling (art. 1a e.v. Uitvoeringsregeling AWR 1994) vult die in met materiële eisen aan winstoogmerk, vermogen, bestuursbeloning en administratie. De status ontstaat niet automatisch: zij volgt uit een voor bezwaar vatbare beschikking van de inspecteur, op verzoek, en kan met terugwerkende kracht worden verleend of ingetrokken.

Dit thema beantwoordt:

  • Welke rechtsvormen komen wel of niet voor de ANBI-status in aanmerking, en welke lichamen zijn zonder beschikking al ANBI?
  • Aan welke materiële voorwaarden van de Uitvoeringsregeling AWR 1994 moet een instelling cumulatief voldoen?
  • Wanneer is sprake van voldoende rechtstreekse dienstbaarheid aan het algemeen nut?
  • Wat is het gevolg van de status, en mag een ANBI commerciële activiteiten ontplooien?
  • Hoe verloopt de procedure, en wat betekent intrekking met terugwerkende kracht voor eerdere begiftigden?
  • Mag een steunstichting ook zelf ANBI-doelen nastreven?

Wie kwalificeert: rechtsvorm, vestigingsplaats en algemeen-nutcategorieën

Art. 5b lid 1 AWR sluit vooraf een categorie rechtsvormen uit: een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal, een coöperatie, een onderlinge waarborgmaatschappij of een lichaam waarin bewijzen van deelgerechtigdheid kunnen worden uitgegeven, komt nooit voor de ANBI-status in aanmerking. Voor de overige lichamen, vrijwel steeds een stichting of vereniging, geldt cumulatief dat zij uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beogen, hun gegevens via internet openbaar maken, voldoen aan de bij ministeriële regeling gestelde voorwaarden, en als zodanig zijn aangemerkt. Die aanmerking gebeurt door de inspecteur wanneer de instelling in het Koninkrijk, een EU-lidstaat of een aangewezen staat is gevestigd, en door Onze Minister voor een instelling die elders is gevestigd, waarbij aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld. Publiekrechtelijke lichamen als de Staat, provincies, gemeenten en waterschappen, en vergelijkbare EU/EER-lichamen, zijn op grond van lid 2 zonder beschikking algemeen nut beogende instelling.

Lid 3 geeft een gesloten opsomming van wat als algemeen nut geldt: onder meer welzijn, cultuur, onderwijs, natuur- en milieubescherming, gezondheidszorg, ontwikkelingssamenwerking, religie, volkshuisvesting, en het ondersteunen van een andere ANBI (onderdeel m). Zonder die laatste vermelding zou zulke ondersteuning als slechts indirect algemeen nut kunnen gelden; een steunstichting kwalificeert daardoor zelf als algemeen nut beogend, mits zij ook aan alle overige voorwaarden voldoet. Volkshuisvestingsinstellingen kwalificeren bovendien alleen als zij op de voet van art. 19 Woningwet bij koninklijk besluit zijn toegelaten (lid 5); zonder die toelating is de ANBI-route afgesloten.

Materiële voorwaarden en integriteitstoets

Art. 1a Uitvoeringsregeling AWR 1994 vult de kwalificatie cumulatief in: geen winstoogmerk met het totaal van de algemeen nuttige activiteiten; geen natuurlijke of rechtspersoon die over het vermogen kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen, met een uitzondering voor over-en-weer-beschikking tussen een steunstichting en de ondersteunde instelling; niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig voor de continuïteit van de werkzaamheden (het bestedingscriterium van onderdeel d, uitgewerkt in art. 1b); bestuurders zonder andere beloning dan een onkostenvergoeding en een niet-bovenmatig vacatiegeld; een actueel beleidsplan; beheerkosten in redelijke verhouding tot de bestedingen; een batig liquidatiesaldo dat bij opheffing naar een andere ANBI gaat; en een administratie die aard en omvang van kosten, uitgaven, inkomsten en vermogen inzichtelijk maakt (onderdeel i).

De openbaarmakingseis werkt via een verplicht standaardformulier: niet actief wervende instellingen publiceren vanaf € 100.000 aan lasten in het boekjaar, actief wervende al vanaf € 50.000 aan baten, en de balans en staat van baten en lasten binnen zes maanden na afloop van het boekjaar. Een eigen website is niet verplicht; publicatie via een brancheorganisatie of een door de Belastingdienst aangewezen databank volstaat, mits het formulier wordt gevolgd en de gegevens vindbaar en actueel blijven.

Lid 8 sluit aanmerking uit bij een onherroepelijke veroordeling van de instelling, een bestuurder, feitelijk leidinggevende of gezichtsbepalend persoon wegens bepaalde terroristische of opruiende delicten, begaan in die hoedanigheid, mits nog geen vier kalenderjaren zijn verstreken en het delict een ernstige inbreuk op de rechtsorde oplevert. Lid 9 sluit aanmerking ook uit bij gerede twijfel over integriteit, wanneer niet binnen zestien weken een verklaring omtrent het gedrag wordt overgelegd. Ontbreekt één voorwaarde, dan blijft de status achterwege of wordt zij ingetrokken; een gedeeltelijke of voorwaardelijke ANBI-status bestaat niet.

Kerncijfers

ElementWaardeGrondslag
Publicatieplicht via standaardformulier (niet actief werving)lasten ≥ € 100.000 in het boekjaarart. 1a lid 8 onderdeel a Uitvoeringsregeling AWR 1994
Publicatieplicht via standaardformulier (actief werving)baten ≥ € 50.000 in het boekjaarart. 1a lid 8 onderdeel b Uitvoeringsregeling AWR 1994
Termijn publicatie balans en staat van baten en lastenbinnen 6 maanden na afloop van het boekjaarart. 1a lid 9 Uitvoeringsregeling AWR 1994
Terugkijktermijn integriteitsveroordeling bestuurder/leidinggevende4 kalenderjaren sinds de onherroepelijke veroordelingart. 5b lid 8 onderdeel b AWR
Reactietermijn verklaring omtrent het gedrag bij gerede twijfel16 weken na het verzoek van de inspecteurart. 5b lid 9 AWR

(wettekst geldend per 2026)

Gevolg van de status: giftenaftrek, schenk- en erfbelasting en ondernemersactiviteiten

Voldoet een instelling en wordt zij bij beschikking aangemerkt, dan geeft dat toegang tot de giftenaftrek voor donateurs en tot vrijstellingen in de schenk- en erfbelasting voor de instelling zelf. Daarnaast mag een ANBI, ter financiering van haar doelstelling, commerciële activiteiten ontplooien zonder de status te verliezen, mits het resultaat binnen een redelijke termijn geheel of nagenoeg geheel ten goede komt aan de doelstelling (art. 1a lid 2 Uitvoeringsregeling AWR 1994).

Rechtstreeksheid, besteding en administratie in de rechtspraak

Rechtstreeksheid van het algemeen nut

De Hoge Raad oordeelde in 2016 dat onderzocht moet worden of ten minste 90% van de activiteiten rechtstreeks op het algemeen nut is gericht, en dat een hof niet zonder nadere motivering kon oordelen dat geen van de activiteiten dat deed (ECLI:NL:HR:2016:2666). Diezelfde dag oordeelde de Hoge Raad dat een normale, gebruikelijke marktprijs voor een periodieke uitgave die rechtstreeksheid niet verhindert (ECLI:NL:HR:2016:2668). Een stichting die goede doelen faciliteert door fondsenwerving via internet kwalificeert zelf niet als ANBI, omdat haar werkzaamheden dan slechts indirect de belangen van de aangesloten goede doelen dienen (ECLI:NL:HR:2016:695). Gerechtshof Amsterdam bevestigde deze lijn in 2023, waar niet vaststond dat de werkzaamheden concreet en (nagenoeg) uitsluitend algemeen nuttige doelen dienden (ECLI:NL:GHAMS:2023:2949), en in 2025, waar het hof, anders dan de rechtbank, oordeelde dat een instelling die zich primair en nagenoeg uitsluitend op particuliere belangen richt, niet kwalificeert (ECLI:NL:GHAMS:2025:1048).

Bestedingscriterium en administratie

De Hoge Raad oordeelde in 2018 dat bij de ANBI-toets mede moet worden onderzocht of sprake is van oppotten van vermogen, en dat een hof niet zonder nadere motivering kon oordelen dat een actueel beleidsplan ontbrak (ECLI:NL:HR:2018:1107). In 2017 oordeelde de Hoge Raad dat de ANBI-status terecht was ingetrokken omdat de administratie geen inzicht gaf in aard en omvang van de bestedingen, en dat zo'n gebrek niet door getuigenverklaringen kan worden hersteld (ECLI:NL:HR:2017:1237): de administratie-eis van onderdeel i is een zelfstandige, niet-vervangbare voorwaarde.

Procedure, intrekking en grensoverschrijdende situaties

Aanmerking als ANBI, en afzonderlijk als culturele instelling, geschiedt op verzoek; de inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking, eventueel onder voorwaarden (art. 5b lid 6 AWR), of ambtshalve voor een categorie of groep verbonden instellingen. Zowel de aanmerkende als de intrekkende beschikking kan terugwerken tot vóór de dagtekening (art. 1a lid 3 Uitvoeringsregeling AWR 1994 en art. 5b lid 7 AWR): intrekking met terugwerkende kracht kan alsnog schenkbelasting opleveren, ook al mocht de begiftigde op de ANBI-registervermelding vertrouwen, tenzij ook feitelijk aan de algemeen-nut-eis is voldaan.

Over de registratie-eis van art. 5b lid 6 AWR bestaat inmiddels ook Europeesrechtelijke rechtspraak. Gerechtshof Amsterdam oordeelde in 2024 dat van een belemmering van het vrije kapitaalverkeer geen sprake was, nu de betrokken instellingen geen verzoek hadden gedaan en niet aan de Nederlandse voorwaarden voor giftenaftrek voldeden (ECLI:NL:GHAMS:2024:1296). De Hoge Raad oordeelde begin 2026 dat de registratievoorwaarde geen (in)directe discriminatie naar vestigingsplaats oplevert en geen schending van art. 63 VWEU vormt, ook niet voor een buitenlandse instelling met weinig, over meerdere landen verspreide begunstigers (ECLI:NL:HR:2026:136).

Culturele instelling en steunstichtingen

Een ANBI die zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend op cultuur richt, kan verzoeken tevens als culturele instelling te worden aangemerkt (art. 5b lid 4 AWR); dit is een optionele, aanvullende status met een eigen intrekkingsgrond: zij vervalt zodra de instelling zich niet langer uitsluitend of nagenoeg uitsluitend op cultuur richt (lid 7), ook als de onderliggende ANBI-status daarmee niet per se vervalt. Een steunstichting kan naast het ondersteunen van een andere ANBI (onderdeel m) ook zelf een of meer eigen ANBI-doelen nastreven, mits alle overige ANBI-voorwaarden zijn vervuld.

Aandachtspunten voor de praktijk

  • De 90%-drempel uit de rechtspraak vergt een onderbouwde uitsplitsing van activiteiten, niet enkel een verwijzing naar de statutaire doelstelling; een gebruikelijke marktprijs doorbreekt de rechtstreeksheid op zichzelf niet.
  • Een actueel beleidsplan en een administratie die inzicht geeft in aard en omvang van de bestedingen dragen materieel bij aan het voorkomen van intrekking; de beheerkostenratio is een open norm zonder vast percentage.
  • Bij steunstichtingen, en bij een gelijktijdig verzoek om als culturele instelling te worden aangemerkt, is te onderbouwen dat ook aan alle overige voorwaarden van art. 5b AWR is voldaan.
  • Het niet tijdig overleggen van een verklaring omtrent het gedrag binnen zestien weken kan op zichzelf al tot verlies van de status leiden.
  • Bij intrekking met terugwerkende kracht beschermt het enkele vertrouwen op de ANBI-registervermelding de begiftigde niet automatisch tegen naheffing van schenkbelasting.

Recente ontwikkelingen

  • 2023: een kennisgroepstandpunt (16 mei) bevestigt dat intrekking van de ANBI-status met terugwerkende kracht alsnog schenkbelasting kan opleveren, ondanks vertrouwen op de ANBI-registervermelding, mits ook feitelijk aan de algemeen-nut-eis is voldaan (KG:206:2023:4).
  • 2023: Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een instelling terecht niet als ANBI is aangemerkt omdat niet vaststaat dat haar werkzaamheden rechtstreeks en (nagenoeg) uitsluitend algemeen nuttige doelen dienen (ECLI:NL:GHAMS:2023:2949).
  • 2024: een kennisgroepstandpunt (5 maart) bevestigt dat een steunstichting gelijktijdig ook zelf een of meer ANBI-doelen mag nastreven, mits alle overige voorwaarden zijn vervuld (KG:211:2024:4).
  • 2024: Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de registratie-eis van art. 5b lid 6 AWR geen belemmering van het vrije kapitaalverkeer oplevert (ECLI:NL:GHAMS:2024:1296).
  • 2025: Gerechtshof Amsterdam oordeelt, anders dan de rechtbank, dat een instelling die zich primair en nagenoeg uitsluitend op particuliere belangen richt, niet als ANBI kwalificeert (ECLI:NL:GHAMS:2025:1048).
  • 2026: de Hoge Raad oordeelt dat de registratievoorwaarde voor de ANBI-status geen (in)directe discriminatie naar vestigingsplaats oplevert en geen schending van art. 63 VWEU vormt (ECLI:NL:HR:2026:136).

Gerelateerde thema's

Kernartikelen

Belangrijkste rechtspraak

Beleid en standpunten

Meer in de kennisbank

Nog 9 bronnen bij dit onderwerp in de kennisbank

Verwante thema's

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.