Formeel belastingrecht
Informatieverplichtingen en informatiebeschikking
Bijgewerkt op 3 augustus 2026
De fiscale informatieverplichtingen vormen de basis waarop de inspecteur zijn controlerende taak uitoefent: zonder toegang tot gegevens, inlichtingen en administratie kan geen aanslag betrouwbaar worden vastgesteld. De Algemene wet inzake rijksbelastingen verplicht zowel belastingplichtigen als derden om desgevraagd mee te werken, en legt administratieplichtigen daarnaast een zelfstandige plicht op om een deugdelijke administratie te voeren en te bewaren. Waar deze verplichtingen niet of onvolledig worden nagekomen, beschikt de inspecteur over een specifiek instrument: de informatiebeschikking. Dit is geen sanctie op zichzelf, maar een voor bezwaar vatbare vaststelling dat een verzuim heeft plaatsgevonden. Pas wanneer die beschikking onherroepelijk vaststaat, ontstaat het gevolg waar het de belastingplichtige om gaat: omkering en verzwaring van de bewijslast. Naast dit formele spoor kent de wet een strafrechtelijk en bestuurlijk spoor: het niet nakomen van dezelfde verplichtingen kan afzonderlijk worden bestraft, los van de vraag of ooit een informatiebeschikking is genomen. Het thema speelt doorgaans bij een boekenonderzoek waarbij de administratie ontbreekt of onvolledig blijkt, bij een vragenbrief die onbeantwoord blijft, en bij derdenonderzoeken waarbij een partij zoals een bank of telecomprovider wordt aangesproken op gegevens die de belastingpositie van een ander betreffen; ook grensoverschrijdende structuren met een buitenlandse moeder- of zustervennootschap vallen binnen dit thema.
Dit thema beantwoordt:
- Wie is gehouden gegevens, inlichtingen en administratie te verstrekken, en wie telt als administratieplichtige?
- Hoe werkt de vraagbevoegdheid bij een buitenlandse groepsmaatschappij met een belang van meer dan 50%?
- Wanneer neemt de inspecteur een informatiebeschikking en wat is het gevolg voor de aanslagtermijn?
- Welk gevolg heeft een onherroepelijke informatiebeschikking voor de bewijslast in bezwaar en beroep?
- Hoe verhoudt de informatiebeschikking zich tot het straf- en boetetraject van art. 68 en 67ca AWR?
Informatieplicht en administratieplicht: art. 47 en 52 AWR
Art. 47 lid 1 AWR verplicht ieder om de inspecteur desgevraagd de gegevens en inlichtingen te verstrekken die van belang kunnen zijn voor zijn eigen belastingheffing (onderdeel a), en om boeken, bescheiden en andere gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te stellen, ter keuze van de inspecteur (onderdeel b). Lid 2 trekt deze verplichting door naar derden voor zover de belastingwet hun aangelegenheden aanmerkt als aangelegenheden van een ander. Lid 3 verplicht ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt om op vordering van de inspecteur terstond een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, indien dit van belang kan zijn voor de belastingheffing te zijnen aanzien. Een vraag moet dus zien op feiten en gegevens van belang voor de heffing, niet op de rechtskundige kwalificatie die de belastingplichtige daaraan zelf verbindt; vragen zonder aanknopingspunt met de belastingheffing van de betrokkene, louter bedoeld om zonder concrete aanleiding op onderzoek uit te gaan ("fishing expeditions"), vallen buiten het bereik van de bepaling. Art. 49 lid 1 AWR laat de inspecteur zelf de vorm en de termijn van een verzoek bepalen; lid 2 verplicht daarnaast te dulden dat van gegevensdragers kopieën, afdrukken of uittreksels worden gemaakt.
Naast deze algemene informatieplicht legt art. 52 lid 1 AWR aan administratieplichtigen een zelfstandige, zwaardere verplichting op: zij moeten een administratie voeren en bewaren zodanig dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen, en de voor de belastingheffing overigens van belang zijnde gegevens, daaruit duidelijk blijken. Tot de kring van administratieplichtigen behoren lichamen, ondernemers en zelfstandige beroepsbeoefenaren, inhoudingsplichtigen, en resultaatgenieters uit bepaalde overige werkzaamheden (lid 2). De bewaartermijn bedraagt zeven jaar, tenzij de belastingwet anders bepaalt (lid 4); gegevensdragers mogen op een andere drager worden overgebracht, mits de gegevens volledig en tijdig raadpleegbaar blijven (lid 5). Lid 6 voegt een medewerkingsverplichting toe, inclusief inzicht in opzet en werking van de administratie. Is een op lid 1 gebaseerde verplichting achteraf onrechtmatig gebleken, dan kan de administratieplichtige verzoeken om vergoeding van de daarmee samenhangende kosten; de inspecteur beslist daarop bij voor bezwaar vatbare beschikking (lid 7).
Kerncijfers
| Element | Waarde | Grondslag |
|---|---|---|
| Bewaartermijn administratie | 7 jaar | art. 52 lid 4 AWR |
| Leeftijdsgrens identificatieplicht | 14 jaar | art. 47 lid 3 AWR |
| Belangdrempel informatieplicht buitenlandse groepsmaatschappij | meer dan 50% | art. 47a lid 1 AWR |
| Bestuurlijke boete bij verzuim (o.a. kopieerplicht art. 49 lid 2) | ten hoogste € 6.709 | art. 67ca lid 1 AWR |
| Strafmaximum niet-nakomen informatie-/administratieplicht | hechtenis max. 6 maanden of geldboete derde categorie (2026: max. € 11.000) | art. 68 lid 1 AWR jo. art. 23 lid 4 Sr |
(wettekst geldend per 2026)
Buitenlandse groepsmaatschappijen en derden: art. 47a en 53 AWR
Bij groepsstructuren met een buitenlandse schakel breidt art. 47a lid 1 AWR de vraagbevoegdheid uit: houdt een niet in Nederland gevestigd lichaam of een niet in Nederland wonende persoon een belang van meer dan 50% in een Nederlandse vennootschap, dan gelden de gegevens en gegevensdragers van die buitenlandse partij als opvraagbaar op dezelfde voet als art. 47 lid 1 AWR, alsof het eigen gegevens van de Nederlandse vennootschap zijn. Art. 53 AWR breidt de verplichtingen van art. 47 en 48 tot en met 50 AWR voor administratieplichtigen bovendien uit naar de belastingheffing van derden en naar de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen (lid 1), en verplicht sommige administratieplichtigen om bepaalde gegevens eigener beweging, dus ongevraagd, te verstrekken (lid 2).
De informatiebeschikking: vaststelling van een verzuim
Voldoet de belastingplichtige niet of niet volledig aan de verplichtingen van art. 41, 47, 47a, 49 en 52 AWR, en, voor administratieplichtigen ten behoeve van de heffing waarvan de inhouding aan hen is opgedragen, aan art. 53 lid 1 tot en met 3 AWR, dan kan de inspecteur dit vaststellen bij een voor bezwaar vatbare beschikking: de informatiebeschikking (art. 52a lid 1 AWR). De inspecteur wijst daarbij op art. 25 lid 3 AWR. De termijn voor het vaststellen van de aanslag wordt verlengd met de periode tot de beschikking onherroepelijk vaststaat of wordt vernietigd (lid 2); stelt de inspecteur de aanslag al vast vóórdat de informatiebeschikking onherroepelijk is, dan vervalt de beschikking (lid 3). Onafhankelijk hiervan kan de inspecteur nakoming ook langs civiele weg afdwingen, op straffe van een dwangsom (lid 4).
Een informatiebeschikking kan ook nog in de bezwaarfase van de onderliggende aanslag worden genomen, tenzij dit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur schendt; dat bij het opleggen van de aanslag van een informatiebeschikking is afgezien, wekt geen vertrouwen dat dit ook in bezwaar achterwege blijft (ECLI:NL:HR:2015:2895). De administratie- en bewaarplicht van art. 52 AWR geldt per belastingmiddel: een informatiebeschikking is terecht genomen wanneer een belanghebbende niet aan die plicht heeft voldaan voor de omzetbelasting (ECLI:NL:GHARL:2021:1164). De grond waarop de beschikking is genomen wordt daarbij afzonderlijk beoordeeld: een informatiebeschikking blijft niet in stand voor zover zij is gegeven wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting van art. 47 AWR, maar wel voor zover zij ziet op het niet naleven van de administratieplicht van art. 52 AWR (ECLI:NL:GHAMS:2021:2538).
Bewijslastomkering na onherroepelijke beschikking
Staat de informatiebeschikking onherroepelijk vast, dan wordt de aanslag bij de uitspraak op bezwaar gehandhaafd tenzij overtuigend is aangetoond dat en in hoeverre deze onjuist is (art. 25 lid 3 AWR). Art. 27e AWR trekt dit door naar beroep: de rechtbank verklaart het beroep om dezelfde reden ongegrond (lid 1), maar stelt daarbij alsnog een hersteltermijn, tenzij sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht (lid 2). Zie voor de uitwerking van deze bewijslastregel omkering en verzwaring van de bewijslast.
Die hersteltermijn biedt geen uitweg wanneer het verzuim niet met terugwerkende kracht is te herstellen: een belastingplichtige die heeft nagelaten een administratie bij te houden, kan dit verzuim niet achteraf helen, zodat de rechter hem geen nieuwe termijn op grond van art. 27e lid 2 AWR kan stellen om alsnog aan de administratieplicht te voldoen (ECLI:NL:HR:2021:822). Voor de omvang van het feitelijke materiaal in de procedure over de informatiebeschikking geldt dat ook stukken uit het controledossier en een intern memo behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken die de inspecteur moet overleggen (ECLI:NL:HR:2015:3602).
Straf- en boetetraject naast de informatiebeschikking
Los van dit formele bewijslasttraject kent de wet een zelfstandig sanctiespoor. Art. 68 lid 1 AWR stelt onder meer het niet, onjuist of onvolledig verstrekken van inlichtingen en het niet voeren, bewaren of beschikbaar stellen van een administratie strafbaar als economisch delict: hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie (2026: maximaal € 11.000, art. 68 lid 1 AWR jo. art. 23 lid 4 Sr). Lid 2 stelt het niet tonen van een identiteitsbewijs afzonderlijk strafbaar met een geldboete van de tweede categorie (2026: maximaal € 5.500). Daarnaast voorziet art. 67ca lid 1 AWR in een bestuurlijke boete van ten hoogste € 6.709 voor verzuim van onder meer de kopieerplicht van art. 49 lid 2 AWR.
Deze twee sporen staan principieel los van elkaar: een informatiebeschikking is geen maatregel waarmee verstrekking van informatie wordt afgedwongen, maar wilsafhankelijk materiaal dat op basis daarvan is verkregen mag niet worden gebruikt voor fiscale beboeting of strafvervolging; dat oordeel komt toe aan de bestraffende rechter (ECLI:NL:HR:2014:2144). Een informatiebeschikking is dus geen voorwaarde voor strafvervolging wegens het niet voeren van een administratie, en leidt omgekeerd niet automatisch tot een boete.
Aandachtspunten voor de praktijk
- Tijdige en volledige medewerking tijdens een lopend onderzoek is te verkiezen boven herstel achteraf: een geconstateerd verzuim in de administratieplicht laat zich niet met terugwerkende kracht helen.
- Het uitblijven van een informatiebeschikking bij de aanslag biedt geen zekerheid dat de inspecteur daarvan in bezwaar afziet.
- De administratie- en bewaarplicht geldt per belastingmiddel: ook voor de omzetbelasting kan een tekortschietende administratie op zichzelf al grond zijn voor een informatiebeschikking.
- Bij groepsstructuren met een buitenlandse aandeelhouder of zustervennootschap van meer dan 50% werkt de informatieplicht van art. 47a AWR door naar gegevens die feitelijk buiten Nederland berusten.
- Het bewijslasttraject en het straf- en boetetraject van art. 68 en 67ca AWR lopen los van elkaar: een informatiebeschikking is geen voorwaarde voor vervolging en leidt niet automatisch tot een boete.
Recente ontwikkelingen
- 2022: de Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur na intrekking van een eerdere informatiebeschikking een nieuwe informatiebeschikking mag geven wegens het niet voldoen aan de administratieplicht, zonder strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (ECLI:NL:HR:2022:1439).
- 2023: een kennisgroepstandpunt bevestigt dat het niet beantwoorden van een vraag kan leiden tot partiële omkering van de bewijslast (KG:206:2023:2).
- 2023: een kennisgroepstandpunt verduidelijkt dat de inspecteur ook bevoegd is zuivere boetevragen te stellen in een schuldonderzoek, op grond van art. 3:2 Awb en art. 47 e.v. AWR (KG:206:2023:6).
- 2026: een kennisgroepstandpunt behandelt de spanning tussen de fiscale bewaarplicht van art. 52 AWR en de bewaartermijn voor verkeersgegevens van telecomproviders onder art. 11.5 lid 2 Telecommunicatiewet (KG:214:2026:1).
- 2026: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beoordeelt de rechtmatigheid van informatiebeschikkingen ex art. 52a AWR bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, waarbij mede de inspanningsverplichting van de belanghebbende om gevraagde informatie te verstrekken aan de orde is na inbeslagname van stukken (ECLI:NL:GHARL:2026:2718).
Gerelateerde thema's
Kernartikelen
Belangrijkste rechtspraak
222 uitspraken in de kennisbank-
ECLI:NL:HR:2021:822 (2021)
De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige die heeft nagelaten een administratie bij te houden, dit verzuim niet achteraf kan helen, zodat de rechter hem in dat geval geen nieuwe termijn op grond van artikel 27e, lid 2, AWR kan stellen om alsnog aan de administratieplicht te voldoen.
-
ECLI:NL:GHARL:2021:1164 (2021)
Het Hof oordeelt dat de informatiebeschikking terecht is genomen omdat belanghebbende niet heeft voldaan aan de administratie- en bewaarplicht voor de omzetbelasting, en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
-
ECLI:NL:GHAMS:2021:2538 (2021)
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat de informatiebeschikking (art. 52a AWR) niet in stand blijft voor zover gegeven wegens het niet nakomen van de inlichtingenverplichting van artikel 47 AWR, maar wel terecht is gegeven voor het niet naleven van de administratieplicht.
-
ECLI:NL:HR:2015:2895 (2015)
De Hoge Raad oordeelt dat een informatiebeschikking ook in de bezwaarfase kan worden genomen, tenzij dit leidt tot schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, en dat afzien van een informatiebeschikking bij de aanslag geen vertrouwen wekt dat dit ook in bezwaar achterwege blijft.
-
ECLI:NL:HR:2015:3602 (2015)
De Hoge Raad oordeelt dat bij bezwaar of beroep tegen een informatiebeschikking ook stukken uit het controledossier en een intern memo behoren tot de op de zaak betrekking hebbende stukken die de inspecteur moet overleggen.
-
ECLI:NL:HR:2022:1439 (2022)
De Hoge Raad oordeelt dat de inspecteur na intrekking van een eerdere informatiebeschikking een nieuwe informatiebeschikking mag geven wegens het niet voldoen aan de administratieplicht, zonder strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.
-
ECLI:NL:GHARL:2026:2718 (2026)
De zaak betreft de rechtmatigheid van informatiebeschikkingen ex artikel 52a AWR bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, waarbij mede de inspanningsverplichting van belanghebbende om gevraagde informatie te verstrekken aan de orde is na inbeslagname van stukken.
-
ECLI:NL:HR:2022:1150 (2022)
De Hoge Raad oordeelt dat de naheffingsaanslag accijns over waterpijptabak niet in stand kan blijven voor zover deze geen verband houdt met de aankopen waarvoor de Inspecteur specifiek facturen heeft opgevraagd, en verwijst de zaak voor een nieuwe beoordeling van bewijslast en boete.
-
ECLI:NL:GHAMS:2022:3205 (2022)
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kostenvergoeding op grond van artikel 52, lid 7, AWR, waarbij ook een verzoek om onbeperkt getuigenverhoor en een aanhoudingsverzoek aan de orde zijn.
-
ECLI:NL:HR:2014:2144 (2014)
De Hoge Raad oordeelt dat een informatiebeschikking geen maatregel is waarmee verstrekking van informatie wordt afgedwongen, maar dat wilsafhankelijk materiaal daaruit niet mag worden gebruikt voor fiscale beboeting of strafvervolging; dat oordeel komt toe aan de bestraffende rechter.
Beleid en standpunten
19 bronnen in de kennisbank-
KG:214:2026:1 (2026)
Standpunt: Telecomproviders mogen verkeersgegevens vernietigen voordat de fiscale bewaartermijn van artikel 52 AWR is verstreken, indien dit nodig is om te voldoen aan artikel 11.5, tweede lid, Telecommunicatiewet.
-
KG:206:2023:6 (2023)
Standpunt: Inspecteur heeft bevoegdheid zuivere boetevragen te stellen in schuldonderzoek. Dit volgt uit artikel 3:2 Awb en artikel 47 e.v. AWR.
-
Besluit BWBR0040766
Goedkeuring/beleid inzake dividendbelasting: het besluit bevat regelingen voor vermindering, (gedeeltelijke) vrijstelling en teruggaaf met een bijzondere mogelijkheid voor gemachtigden om meerdere verzoeken gebundeld in te dienen.
-
Besluit BWBR0052380
Beleid inzake toepassing van Tabel II (nultarief btw) voor uitvoer buiten de EU en intracommunautaire leveringen met specifieke vereisten voor aantoning van de nultarief-voorwaarden.
-
KG:206:2023:2 (2023)
Standpunt: Het niet beantwoorden van een vraag leidt tot partiële omkering van de bewijslast.
-
Besluit BWBR0048958
Beleid inzake het Besluit Fiscaal Bestuursrecht, het verzamelbesluit met beleidsregels op het terrein van het fiscale bestuursrecht. Dit besluit is geactualiseerd naar aanleiding van de ontvlechting van Belastingdienst, Toeslagen en Douane.
-
KG:204:2022:17 (2022)
Standpunt: Een niet in Nederland gevestigde werkgever is geen inhoudingsplichtige voor meldingsverplichting onder artikel 22a UBIB, tenzij deze een inhoudingsplicht in Nederland heeft op grond van de Wet LB.
-
Besluit BWBR0051015
Goedkeuring/beleid inzake administratieve verplichtingen omzetbelasting: het actualiseert verplichtingen met goedkeuring voor transactieoverzichten openbaar vervoer als vervoersbewijs en regels voor herziening gefactureerde btw.
-
Besluit BWBR0029899
Goedkeuring inzake winst uit onderneming transportondernemers; normering verblijfkosten internationale ritten met jaarlijkse indexering.
-
Kamerstuk 35241 nr. 7
Implementatie EU-richtlijn hybridemismatches (Richtlijn 2017/952) ter bestrijding van dubbele aftrek en dubbele niet-heffing bij hybride constructies en internationale structuren.
Verwante thema's
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.