Vennootschapsbelasting
Renteaftrekbeperking (earningsstripping)
Bijgewerkt op 19 juli 2026
De earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet VPB 1969 is de generieke renteaftrekbeperking die Nederland invoerde ter implementatie van ATAD1. De regeling beperkt de aftrek van het saldo aan renten in de vennootschapsbelasting tot een bedrag dat wordt bepaald aan de hand van de fiscale winst van het jaar, ongeacht met wie of waarom de lening is aangegaan. Daarmee wijkt zij fundamenteel af van eerdere, specifieke renteaftrekbeperkingen die aangrepen op bepaalde transactietypen: earningsstripping werkt generiek en raakt in beginsel elke belastingplichtige met een per saldo negatieve rentepositie.
Kern van de maatregel is dat niet-aftrekbare rente niet verloren gaat, maar wordt voortgewenteld naar volgende jaren. Dat maakt de regeling in de tijd bezien vooral een timingmaatregel, al kan de praktische impact (liquiditeit, belastingdruk in het aftrekjaar, waardering van de voortgewentelde rente) aanzienlijk zijn. De maatregel werkt bovendien los van de vraag of een fiscale eenheid is gevormd, wat leidt tot samenloopvragen met andere VPB-bepalingen.
Voor de praktijk is met name de interactie tussen de generieke drempel en de gecorrigeerde winst relevant: de gecorrigeerde winst is een fiscale EBITDA-achtige grootheid, opgebouwd uit correcties op de winst zoals die zonder de renteaftrekbeperking zou zijn vastgesteld.
Wanneer speelt dit
Earningsstripping speelt bij elke VPB-plichtige met een saldo aan renten uit geldleningen, dus zowel bij externe financiering (bankleningen) als bij intercompany-financiering binnen een groep. Het thema komt typisch op bij overnamestructuren met acquisitiefinanciering, bij vastgoedvennootschappen met hoge hypothecaire leningen, bij fiscale eenheden waarbinnen de winstsplitsing en de toerekening van voortgewentelde rente moet worden bepaald, en bij ontvoegingen waarbij voortgewentelde 15b-rente aan een uittredende dochter moet worden meegegeven. Ook bij herfinanciering en schuldherschikking, en bij vennootschappen met activering van rente als voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel, moet de uitwerking van art. 15b expliciet worden doorgerekend.
Wettelijk kader
Art. 15b lid 1 Wet VPB 1969 bepaalt dat bij het bepalen van de winst "het saldo aan renten niet in aftrek komt voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van de volgende bedragen: a. 24,5% van de gecorrigeerde winst; b. € 1.000.000". De aftrekbeperking treft dus alleen het saldo aan renten voor zover dat boven de hoogste van de twee grenzen uitkomt: het percentage van de gecorrigeerde winst óf het vaste bedrag, wat het hoogst uitpakt. Bij een laag EBITDA-niveau fungeert het vaste bedrag feitelijk als vangnet-drempel.
Lid 2 definieert het saldo aan renten als "het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen", vastgesteld vóór toepassing van art. 15b zelf en vóór de artikelen 15be en 15bf, met een bodem van nihil: een per saldo positieve rentepositie leidt niet tot een negatief saldo.
Lid 3 werkt de gecorrigeerde winst uit als de winst zonder toepassing van lid 1, "vermeerderd met het bedrag van de afschrijvingen op een bedrijfsmiddel van het jaar zoals dat zonder toepassing van het zevende lid wordt bepaald", vermeerderd met afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde (verminderd met terugnamen daarvan) en vermeerderd met het saldo aan renten van het jaar, met uitzondering van renten op geldleningen als bedoeld in lid 6 onderdeel d; de gecorrigeerde winst wordt ten minste op nihil gesteld.
Lid 4 sluit renten uit die deel uitmaken van winst uit een andere staat waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten (art. 15e) van toepassing is.
Lid 5 regelt de onbeperkte voortwenteling: niet-aftrekbare rente "wordt voortgewenteld naar het volgende jaar en komt dat in aftrek bij het bepalen van de winst van dat jaar", voor zover er in dat latere jaar ruimte is onder de dan geldende drempel, in de volgorde waarin de saldi zijn ontstaan; de inspecteur stelt het voort te wentelen saldo vast bij voor bezwaar vatbare beschikking.
Lid 6 bevat definities: onder geldlening wordt verstaan een vordering of schuld uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst (onderdeel a); rentelasten omvatten mede kosten en afdekkingsresultaten ter zake van rente- of valutarisico's (onderdeel b en c); onderdeel d rekent ook geactiveerde rente op voortbrengingskosten van een activum tot de rentelasten; onderdeel e rekent bepaalde bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen ex art. 12af tot rentelasten respectievelijk rentebaten.
Lid 7 bepaalt dat voor zover geactiveerde rente als bedoeld in lid 6 onderdeel d meer bedraagt dan de hoogste drempel van lid 1, die rente niet wordt geactiveerd als voortbrengingskosten en niet in aftrek komt, waarbij overige rentelasten in dat jaar bij voorrang niet-aftrekbaar worden gesteld boven de geactiveerde rente.
Aandachtspunten voor de praktijk
- Bij de gecorrigeerde winst zijn de correcties van lid 3 voor afschrijvingen, afwaarderingen en het saldo aan renten van belang, inclusief de uitzondering voor geactiveerde rente uit lid 6 onderdeel d.
- Bij fiscale eenheden speelt samenloop tussen art. 15b en de winstsplitsingsregels van art. 15ah: volgens KG:032:2025:3 kunnen voorvoegingsverliezen tegen winstdelen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald.
- Bij ontvoeging uit een fiscale eenheid moet worden beoordeeld of en hoe voortgewentelde 15b-rente aan een dochtermaatschappij wordt meegegeven; volgens KG:032:2022:2 kan dat op basis van een stand-alone berekening en de kans op toekomstige verrekening.
- Bij de tweede limiet is van belang het standpunt in KG:040:2026:2 dat buitenlandse bronbelasting en naar het volgende jaar voortgewentelde niet-aftrekbare rente daarbij meetellen.
- Bij geactiveerde rente op bedrijfsmiddelen is lid 7 van belang: overschrijding van de drempel leidt tot niet-activeren én niet-aftrekbaar zijn van die rente, met een voorrangsregel voor overige rentelasten.
Recente ontwikkelingen
De Belastingdienst-kennisgroep heeft in 2025 en 2026 meerdere standpunten gepubliceerd over de uitwerking van art. 15b, onder meer over de tweede limiet (KG:040:2026:2, april 2026) en over de samenloop met winstsplitsing binnen een fiscale eenheid (KG:032:2025:3, juni 2025). Ook is in maart 2026 een ruling gepubliceerd (RULOV 20260317-000001) over de vraag of beleggingsresultaten van EU-gereglementeerde geldmarktfondsen als rente in de zin van de rentebeperkingen kwalificeren. Het Besluit Earningsstrippingmaatregel 2025 (BWBR0051336) regelt daarnaast de toepassing van de maatregel in beleidsregels.
Kernartikelen
Beleid en standpunten
39 bronnen in de kennisbank-
KG:040:2026:2 (2026)
Standpunt: Bij toepassing artikel 15b rentebeperking telt ten aanzien van tweede limiet buitenlandse bronbelasting en niet-aftrekbare rente voortgewenteld naar volgend jaar mee.
-
KG:032:2025:3 (2025)
Standpunt: Bij winstsplitsing in fiscale eenheid kunnen voorvoegingsverliezen tegen winstdelen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits winstdelen werkelijk worden bepaald.
-
RULOV 20260317-000001 (2026)
Een Nederlandse financieringsholdster verzoekt zekerheid dat investeringsresultaten geldmarktfondsen (EU-gereglementeerd) kwalificeren als renten in wettelijke rentebeperkingen.
-
Kamerstuk 35030 nr. 7
Nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet implementatie eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking, over de CFC-maatregel, earningsstripping, GAAR en exitheffingen.
-
Besluit BWBR0051336
Dit beleidsbesluit regelt de toepassing van de earningsstrippingmaatregel die renteaftrek beperkt tot 24,5% van de gecorrigeerde winst.
-
KG:040:2025:1 (2025)
Standpunt: artikel 15b Wet Vpb 1969 (earningsstripping) is niet verboden door ATAD en verplicht ook niet tot een woco-vrijstelling voor woningbouwcorporaties die uitsluitend in Nederland actief zijn.
-
Kamerstuk 35030 nr. C (EK)
Memorie van antwoord ATAD1-implementatie (Controlled Foreign Company, earnings stripping, woningcorporaties).
-
KG:032:2022:2 (2022)
Standpunt: Bij verbreking fiscale eenheid kan voortgewentelde 15b-rente aan dochtermaatschappijen worden meegegeven op basis van stand-alone berekening en kans toekomstige verrekening.
-
RULOV 20210629-000004 (2021)
Verzoek om zekerheid vooraf voor toepassing rentebeperking (artikel 15b Wet Vpb) op geherfinancierde schulden na schuldherschikking met crediteuren als indirecte aandeelhouders.
-
Besluit BWBR0050219
Dit beleidsbesluit regelt de belastingfaciliteiten bij samenvoeging van gemeenten en de voorwaarden voor winstvrijstelling.
Verwante thema's
Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.