Vennootschapsbelasting

Renteaftrekbeperking (earningsstripping)

Bijgewerkt op 3 augustus 2026

De earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet Vpb 1969 is de generieke renteaftrekbeperking die Nederland per 2019 invoerde ter implementatie van de eerste EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD1). Waar een tegen winstdrainage gerichte bepaling zoals art. 10a Wet Vpb 1969 aangrijpt op verdachte transactietypen, test earningsstripping enkel de omvang van het rentesaldo ten opzichte van de fiscale winst, ongeacht met wie of waarom de lening is aangegaan. De maatregel raakt daardoor in beginsel elke aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtige met een per saldo negatieve rentepositie, van extern gefinancierde vastgoedvennootschappen tot overnameholdings met acquisitiefinanciering, en werkt los van de vraag of een fiscale eenheid is gevormd.

Dit thema beantwoordt:

  • Wanneer valt een belastingplichtige onder de earningsstrippingmaatregel van art. 15b Wet Vpb 1969?
  • Hoe wordt de aftrekbare drempel berekend en wat telt mee in het saldo aan renten?
  • Wat gebeurt er met rente die de drempel overschrijdt?
  • Hoe verhoudt art. 15b zich tot specifieke renteaftrekbeperkingen en tot de fiscale eenheid?
  • Welke rol spelen banken en verzekeraars, en geactiveerde rente op bedrijfsmiddelen?

Doel en generieke opzet

Bij de implementatie van ATAD1 koos de wetgever voor earningsstripping als generieke maatregel tegen winstverschuiving via bovenmatige rentelasten, naast onder meer de CFC-maatregel, de generieke antimisbruikbepaling en de exitheffingen (Kamerstuk 35030 nr. 7). Anders dan bij een op transacties gerichte bepaling speelt bij art. 15b geen groepsrelatie tussen crediteur en debiteur en geen onderzoek naar de zakelijkheid van de lening: enkel de omvang van het rentesaldo telt. Het thema komt daardoor typisch op bij overnamestructuren met acquisitiefinanciering, bij vastgoedvennootschappen met hoge hypothecaire leningen, en bij fiscale eenheden waarbinnen de winstsplitsing en de toerekening van voortgewentelde rente moet worden bepaald; ook bij herfinanciering en schuldherschikking, en bij vennootschappen die rente activeren als voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel, moet de uitwerking van art. 15b expliciet worden doorgerekend. Het percentage van de gecorrigeerde winst waartegen wordt getoetst is sinds invoering tweemaal aangepast: 30% bij invoering in 2019, verlaagd naar 20% per 2022, en verhoogd naar 24,5% per 2025. Het vaste drempelbedrag van € 1.000.000 staat sinds 2019 ongewijzigd naast dat percentage. Kern van de maatregel blijft dat niet-aftrekbare rente niet verloren gaat maar onbeperkt wordt voortgewenteld: earningsstripping is in de tijd bezien vooral een timingmaatregel, al kan de praktische impact op liquiditeit en belastingdruk in het aftrekjaar aanzienlijk zijn.

Wie en wat valt onder de maatregel

Iedere aan de vennootschapsbelasting onderworpen belastingplichtige valt onder art. 15b, ongeacht of zij deel uitmaakt van een fiscale eenheid: de toets is generiek en kent geen groepsuitzondering. Alleen renten ter zake van geldleningen tellen mee in het saldo aan renten; onder geldlening wordt verstaan een vordering of schuld uit een overeenkomst van geldlening of een daarmee vergelijkbare overeenkomst (art. 15b lid 6 onderdeel a Wet Vpb 1969). Rente die al op grond van een specifieke renteaftrekbeperking zoals artikel 10a niet aftrekbaar is, is al uit de winst gehaald en telt niet nogmaals mee: specifieke renteaftrekbeperkingen werken eerst, de generieke earningsstrippingtoets daarna. Renten die deel uitmaken van winst uit een andere staat waarop de objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten van art. 15e van toepassing is, blijven buiten het saldo (lid 4). Banken en verzekeraars vallen weliswaar onder art. 15b, maar zijn daarnaast sinds 2020 onderworpen aan de afzonderlijke minimumkapitaalregel van art. 15bd tot en met 15bh Wet Vpb 1969, een eigen afdeling van de wet naast de earningsstrippingmaatregel.

Berekening van de aftrekbare drempel

Het saldo aan renten komt niet in aftrek voor zover dat meer bedraagt dan het hoogste van 24,5% van de gecorrigeerde winst en € 1.000.000 (art. 15b lid 1 Wet Vpb 1969). Deze structuur, een percentage óf een vast bedrag, is bewust zo vormgegeven dat kleinere belastingplichtigen met een beperkt rentesaldo door het vaste bedrag worden ontzien, terwijl bij grotere rentesaldi het percentage van de gecorrigeerde winst de facto de bindende grens wordt; bij een laag EBITDA-niveau fungeert het vaste bedrag van € 1.000.000 dan feitelijk als vangnet-drempel, ongeacht het geldende percentage. Het saldo aan renten is het bedrag aan rentelasten ter zake van geldleningen verminderd met het bedrag aan rentebaten ter zake van geldleningen, vastgesteld vóór toepassing van art. 15b zelf, met een bodem van nihil bij een per saldo positieve rentepositie (lid 2). De gecorrigeerde winst is een fiscale EBITDA-achtige grootheid: de winst zonder toepassing van lid 1, vermeerderd met de afschrijvingen op bedrijfsmiddelen van het jaar, vermeerderd met afwaarderingen tot lagere bedrijfswaarde verminderd met terugnamen daarvan, en vermeerderd met het saldo aan renten van het jaar zelf, met uitzondering van geactiveerde rente als bedoeld in lid 6 onderdeel d; de gecorrigeerde winst wordt ten minste op nihil gesteld (lid 3). De correctie voor afschrijvingen en rente is nodig omdat de gecorrigeerde winst juist bedoeld is als grondslag vóórdat rente en afschrijving die grondslag al hebben gedrukt. Voor zover het saldo aan renten de drempel overschrijdt, komt het niet in aftrek, maar wordt het onbeperkt voortgewenteld naar het volgende jaar en komt het daar alsnog in aftrek voor zover in dat jaar ruimte onder de dan geldende drempel bestaat, in de volgorde waarin de saldi zijn ontstaan; de inspecteur stelt het voort te wentelen saldo vast bij voor bezwaar vatbare beschikking (lid 5).

Kerncijfers

ElementWaardeGrondslag
Percentage gecorrigeerde winst (drempel)24,5% (vanaf 2025; 30% in 2019 t/m 2021, 20% in 2022 t/m 2024)art. 15b lid 1 onderdeel a Wet Vpb 1969
Vast drempelbedrag€ 1.000.000 (ongewijzigd sinds 2019)art. 15b lid 1 onderdeel b Wet Vpb 1969
Voortwenteling niet-aftrekbare renteonbeperkt, in volgorde van ontstaanart. 15b lid 5 Wet Vpb 1969
Minimumkapitaalregel banken/verzekeraarsaanvullend naast art. 15bart. 15bd tot en met 15bh Wet Vpb 1969

(wettekst geldend per 2026)

Reikwijdte van "geldlening" en "rente"; geactiveerde rente

Tot het saldo aan renten behoren mede kosten ter zake van geldleningen en resultaten op rechtshandelingen die strekken tot afdekking van rente- of valutarisico's op geldleningen (lid 6 onderdeel b en c), rente die als voortbrengingskosten van een bedrijfsmiddel wordt geactiveerd (onderdeel d), en bepaalde bedragen van dubbel in aanmerking genomen inkomen die op grond van art. 12af als renteaftrek of rentebaat worden aangemerkt (onderdeel e). Voor geactiveerde rente op bedrijfsmiddelen geldt een aparte voorrangsregel: voor zover die geactiveerde rente meer bedraagt dan de hoogste drempel van lid 1, wordt zij niet geactiveerd als voortbrengingskosten en komt zij niet in aftrek, waarbij overige, niet-geactiveerde rentelasten van dat jaar bij voorrang boven de geactiveerde rente voor niet-aftrekbaarheid worden aangewezen (lid 7). Deze bepaling voorkomt dat de aftrekbeperking wordt ontlopen door rente te activeren in plaats van direct ten laste van de winst te brengen. Vergoedingen die niet uit een overeenkomst van geldlening voortvloeien, zoals huur- of leasetermijnen die niet als geldlening kwalificeren, vallen buiten het bereik van art. 15b.

Samenloop binnen de fiscale eenheid en met andere VPB-bepalingen

Gepubliceerde rechtspraak over art. 15b ontbreekt vooralsnog; de uitleg wordt vooral bepaald door kennisgroepstandpunten. Twee lijnen springen eruit. De eerste betreft de samenloop tussen art. 15b en de regels rond de fiscale eenheid. Bij winstsplitsing binnen een fiscale eenheid oordeelde de kennisgroep dat voorvoegingsverliezen tegen winstdelen kunnen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald (KG:032:2025:3); de aanwezigheid van een voortgewenteld saldo staat verliesverrekening op winstdeelniveau dus niet in de weg. Bij het verbreken van een fiscale eenheid oordeelde de kennisgroep eerder al dat voortgewentelde 15b-rente op basis van een stand-alone berekening en de kans op toekomstige verrekening aan een uittredende dochtermaatschappij kan worden meegegeven (KG:032:2022:2). Beide standpunten behandelen het voortgewentelde 15b-saldo zoveel mogelijk als een zelfstandig, toerekenbaar gegeven binnen en bij het uiteenvallen van de fiscale eenheid, in plaats van als een ondeelbaar concernkenmerk. De tweede lijn betreft de doorwerking van art. 15b naar andere VPB-bepalingen. Bij de voorkoming van dubbele belasting oordeelde de kennisgroep dat de artikel 15b-correctie niet doorwerkt naar de tweede limiet van art. 36 lid 2 onderdeel b Bvdb 2001: het niet-aftrekbare en voortgewentelde deel van het rentesaldo laat die berekening ongemoeid, omdat art. 15b en die tweede limiet een verschillend doel dienen (KG:040:2026:2). Daarnaast oordeelde de kennisgroep dat art. 15b niet in strijd is met het Unierecht en ook niet verplicht tot een aparte vrijstelling voor woningbouwcorporaties die uitsluitend in Nederland actief zijn (KG:040:2025:1): de generieke opzet van de maatregel staat een sectorale uitzondering dus niet toe.

Procedure

Er is geen keuze of verzoek nodig: de toets wordt automatisch toegepast bij het bepalen van de winst en dus bij het opmaken van de aangifte. De inspecteur stelt het niet-aftrekbare en naar het volgende jaar voort te wentelen saldo aan renten van een jaar vast bij een voor bezwaar vatbare beschikking, zodat de omvang van het voortgewentelde bedrag een zelfstandig aanvechtbaar gegeven is, los van de aanslag zelf. Dat maakt de beschikking een apart aandachtspunt bij bezwaar en beroep: een belastingplichtige die het niet eens is met de vastgestelde omvang van het voortgewentelde saldo, kan dat geschilpunt aan de orde stellen zonder de gehele aanslag te betwisten.

Aandachtspunten voor de praktijk

  • Bij de gecorrigeerde winst liggen de correcties van lid 3 voor afschrijvingen, afwaarderingen en het saldo aan renten voor de hand als foutbron, met name de uitzondering voor geactiveerde rente uit lid 6 onderdeel d, die apart moet worden uitgesplitst.
  • Bij fiscale eenheden speelt de samenloop tussen art. 15b en de winstsplitsingsregels van art. 15ah op winstdeelniveau; de behandeling van voorvoegingsverliezen tegen winstdelen staat los van een eventueel voortgewenteld 15b-saldo, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald.
  • Bij ontvoeging uit een fiscale eenheid vergt de toedeling van voortgewentelde 15b-rente aan een dochtermaatschappij een stand-alone berekening en een inschatting van de kans op toekomstige verrekening bij die dochter.
  • Bij geactiveerde rente op bedrijfsmiddelen geldt de voorrangsregel van lid 7: overschrijding van de drempel leidt tot niet-activeren én niet-aftrekbaar zijn van die rente, waarbij overige, niet-geactiveerde rentelasten eerst worden aangewezen als niet-aftrekbaar.
  • Het percentage van de gecorrigeerde winst is sinds 2019 al tweemaal gewijzigd (30% naar 20% naar 24,5%); historische doorrekeningen en meerjarenprognoses moeten met het voor dat jaar geldende percentage rekenen, niet met het huidige percentage.

Recente ontwikkelingen

  • 12 maart 2025: kennisgroepstandpunt dat art. 15b niet in strijd is met het Unierecht en niet verplicht tot een aparte vrijstelling voor woningbouwcorporaties die uitsluitend in Nederland actief zijn (KG:040:2025:1).
  • 30 juni 2025: kennisgroepstandpunt dat bij winstsplitsing in een fiscale eenheid voorvoegingsverliezen tegen winstdelen kunnen worden verrekend ondanks voortgewentelde 15b-rente, mits de winstdelen werkelijk worden bepaald (KG:032:2025:3).
  • 17 maart 2026: ruling van het College Internationale Fiscale Zekerheid over de vraag of beleggingsresultaten van EU-gereglementeerde geldmarktfondsen als rente in de zin van de rentebeperkingen kwalificeren (RULOV 20260317-000001).
  • 14 april 2026: kennisgroepstandpunt dat de artikel 15b-correctie de berekening van de tweede limiet voor verrekening van buitenlandse bronbelasting ongemoeid laat (KG:040:2026:2).

Gerelateerde thema's

Kernartikelen

Beleid en standpunten

Meer in de kennisbank

Nog 37 bronnen bij dit onderwerp in de kennisbank

Verwante thema's

Deze themapagina is algemene informatie, geen advies.